(Leestijd: 3 - 5 minuten)

Intro
In het interview in De Balie (Idee & Verbeelding) van 28 november 2025, door Yoeri Albrecht met Jan Dibbets, stelt deze laatste dat wanneer een stroming eenmaal gelabeld is, de vernieuwing in feite voorbij is. ‘Dood’ zegt hij.

Tegelijkertijd voegt hij toe dat het aantal stromingen dat in de jaren 66-76 gelabeld werd, overweldigend groot is, ook als het ‘niets betekent’. Kruidige uitspraken die zijn idee over kunst bevestigen: dat alle kunst gaat om de uitvoering en de vorm. En vooral eigen moet zijn, aan de persoon die het werk maakt. Dus geen onderdeel van een ‘stroming’ sowieso een foute uitvinding van de kunstgeschiedenis.

Voor mij - en vele anderen - was het eerste werk waarmee hij tevoorschijn kwam, de serie werken die hij perspectief correcties noemde het meest aansprekend. Zij behandelen het thema waarnemen op een zachtaardige manier door de confrontatie van foto’s met getekende vierkanten. De foto’s zijn perspectivisch, de vierkanten geometrisch haaks. Het zijn tweedimensionale vormen, geen kubussen die in die dagen veelvuldig in de kunst werden ingezet, geplaatst in een driedimensionale ruimte.

perspectief correctie

Perspectief correctieJan Dibbets Perspective Correction - My Studio I,2, Square on wall with two Diagonals,
Zwat-wit foto op fotodoek.

Een erg opdringerige titel: een getekend vierkant als correctie op het perspectief van de foto. De combinatie is het probleem. Na twintig eeuwen teken- en schilderkunst op zoek naar het meest waarheidsgetrouwe perspectief, demonstreert Dibbets een bijna onmogelijke actie. Stel, je loopt zoals we gewend zijn en zoals ons door talloze foto’s is geleerd, door de ruimte naar het raam. Dan ervaren wij dat als heel normaal. Maar plotseling worden we ons een zuiver vierkant gewaar dat op de wand is getekend. We wenden ons er naar toe en ook dan ervaren we dat vermoedelijk als best een gewoon vierkant. Pas als we er een foto van maken, van het vierkant op de muur en de muur die naar het raam loopt, worden we in verwarring gebracht. De ruimte lijkt in twee verschillende perspectieven te kunnen worden waargenomen. Maar dat kan natuurlijk niet, dus is er een element dat werkt als correctie: een verbetering. Maar de verbetering verbetert niets: het laat ons achter in onzekerheid.

De schets als bron

 

Perspectief Correctie ontwerptekeningVierkant op de muur van mijn atelier 1969; 47,2 x 109,2 x 105 cm /
Perspectief correctie / tekening constructie foto + neg. Bijlage 1f,+1n.

De foto in de aanhef van dit stukje leunt op een schets, die boven in het museum hangt. De titel staat onder in de tekening met potlood geschreven.
Nu wordt het erg spannend. De suggestie die de tekening wekt, is dat er eerst een vorm op de muur is getekend, zó, dat bij het maken van een foto vanaf een bepaald standpunt onder een zekere hoek, op de muur een zuiver vierkant te zien zou zou zijn. Overigens, op deze schets zijn er nog geen diagonalen in het vierkant getekend, zoals op de eerste foto.
Wat er naast deze schets pleit voor een echte tekening op de muur, is, dat hoe je de foto ook vergroot of verkleint, er altijd een verhoudingsgewijs kloppend vierkant zichtbaar is op de wand. En dus niet een met potlood getekend vierkant op de foto, zoals wij dat vroeger leerden in de retoucheer klas.
Ik kan het niet bewijzen, want de eerste foto hangt te hoog in de zaal om het oppervlak nauwkeurig te kunnen bestuderen, en het vierkant op deze werktekening mag natuurlijk heus wel met potlood erop zijn aangebracht.

Wat kan het betekenen?

Wat wil Jan Dibbets eigenlijk aantonen, of onderzoeken, met dit werk?

Vierkant op de vloerJan Dibbets Perspective Correction - My Studio II, Square on Floor,
Zwat-wit foto op fotodoek.

Op de foto met het vierkant geschilderd op de vloer, is nog duidelijker wat er gebeurt. Het vierkant lijkt rechtop te staan en op te rijzen uit de planken vloer. Tegelijkertijd lijkt het te zweven. Nu kunnen we de foto dus helemaal niet meer vertrouwen. Zo loopt dit onderzoek vooruit op wat de huidige beeldmanipulatie vermag. Jan Dibbets voerde zijn onderzoek naar de fotografie nog uit met analoge beeldmiddelen: een camera, statief, fotonegatieven, ontwikkelaar en fixeer, fotografisch papier en een donkere kamer. Nu we digitale foto’s maken, hebben we alleen nog maar rekenkracht nodig om een aangepast computerprogramma te laten werken. En we zijn veel verder met het scheppen van een bedrieglijke, namaakwerkelijkheid. Dus de waarschuwing van Dibbets is nog steeds - en sterker - van kracht: wantrouw de foto! Er kunnen vreemde elementen aan toegevoegd worden, die niets met het origineel, of met de werkelijkheid, hebben uit te staan. En het perspectief zou wel eens helemaal niet kunnen kloppen.

Beeldmanipulatie

Onvermijdelijk gaat bij het kijken naar Dibbets werken, de tentoonstelling van Erwin Olaf in het Stedelijk Museum meespelen. Beide kunstenaars lopen de weg van het begin, waar registratie en onderzoek het belangrijkst is, rechtdoor naar het steeds esthetischer worden van de foto’s. Esthetiek - aantrekkelijke schoonheid - is in de fotografie onontkoombaar. Dibbets neemt na de perspectief correcties een aantal stappen die in H’Art allemaal te zien zijn. Een aantal dia’s van zonsopgang tot zonsondergang vanaf één standpunt (The Shortest Day), series waarbij het standpunt telkens iets kantelt en de foto’s met overlap op elkaar gemonteerd worden (Dutch Mountain en Collapsed Dutch Mountain) om tenslotte uit te komen bij ronde cirkelfotomontages van oude architectuur, die hij aanvulde met potlood en verf (zoals Senanque - Saenredam). Terwijl Olaf (over wie een volgende keer) fotografische scene’s bouwt van grote schoonheid en een gefantaseerde werkelijkheid, manipuleert Dibbets gerichte foto’s om tot een beeldspraak over de bestaande werkelijkheid te komen, eveneens van grote schoonheid. Beiden doen niet aan ‘conceptuele kunst’, wat vaak beweerd wordt, maar zoeken persoonlijk, op hun eigen manier, toegang tot de bestaande wereld. Beeldmanipulatie is hun gereedschap.

1000 Resterende tekens