Verbascum voor Vrouwen
Ik weet niet waarom, maar het voelt goed. De titel moet zijn “Verbascum voor Vrouwen”. Drie maal een V waarvan twee met een hoofdletter. Om die twee gaat het. De Verbascum en de Vrouw.
Marjolein Hessels:
Koningskaars -
Verbascum Thapsus.
Borduurwerk van
zijdegaren op tule.
(Bruikleen van
de kunstenaar)Vergroot alsjeblieft dit plaatje. Dat is absoluut noodzakelijk om iets mee te krijgen van dit reusachtige beeld. Het bevindt zich tussen twee rolstokken, afgerold, van het plafond van de zaal tot tegen de vloerplint. Het zal een meter of vier hoog zijn. Minstens.
De sculptuur is overweldigend. Sculptuur zeg ik, want ook al is het beeld voornamelijk twee dimensionaal gedacht, door het materiaalgebruik en de montage 15 centimeter vóór de wand, is het een ruimtelijk object. Een sculptuur is een ruimtelijk object, in onze ruimte aanwezig. Aanwezigheid van zowel het voorwerp als onszelf is bepalend. Het is geen plaatje als in een boek of een schilderij, maar een ‘ding’ dat aanspraak maakt op onze tastzin. We nemen het waar met meer zintuigen dan onze ogen alleen.
In haar opvatting van afbeelding en verwijzing is het tekenkunst, botanische tekenkunst. Zoals ik die ooit bewonderde van Maria Sybilla Merian. Bij haar is de drager gebleekt perkament. Dat maakt haar fantastische waterverf schilderijen tot tweedimensionale kunst. Hier werpt het doorvallend licht schaduw op het doek achter het voorwerp en verdubbelt het beeld.
De sculptuur is uitermate kwetsbaar: het is borduurwerk van zijdegaren op tule. Vrouwelijker kan het bijna niet.i
De tentoonstelling waarin dit werk hangt heet ‘Draadkracht’. De context is dwingend: wat vrouwen door de eeuwen heen presteerden met draad en kralen.ii
Op het schoolplein voor de kleuterschool zie je prinsesjes in rokjes van tule, waar ze gek op zijn. Het maakt ze elfachtig onschuldig en kwetsbaar. Zo kwetsbaar dat je het gevoel krijgt dat ze moeten worden beschermd. De stof en het materiaal houdt je op afstand. De rok van dit werk hangt hoger dan mijn hoofd, terwijl ik rechtop sta. Half transparant, zodat je de schaduw erdoor heen ziet, alsof het een lijfje is dat onder de tule schuilgaat. Het zijn echter de bladeren boven de grond. Even zilver als de worteldraden eronder, die nog langer zijn.
Het werk is bijna een menselijke driedeling: slanke wortels dragen een lijf van bladeren, daarop een goudgele kroon.
Boven de bladeren steken de bloemstengels uit met een bloei van goudgele blaadjes. Die top heet in de volksmond de ‘toorts’. Marjolein noemt het een kaars: Koningskaars. Verbascum Thapsus. Ondanks de grootte is de kwetsbaarheid er niet minder om. Zo kwetsbaar dat je onwillekeurig afstand houdt. Een hele schare bewonderaarsters staat even ver als ik van het werk vandaan. Ze kletsen onophoudelijk, op gedempte toon. De rest van de zalen is gehuld in geroezemoes. De vooral vrouwelijke bezoekers van de tentoonstelling zijn opgewonden door de virtuositeit van de werken, gecombineerd met hun eigen kennis van het materiaal. “Hoe is het gemaakt…?”
Maar hier is het bijna stil. Als voor een Crucifix in een kathedraal.
Mijn partner komt de zaal binnen. Voordat ze in de buurt van het werk kan komen vraag ik haar:
“Weet je wat dat is?”
“Ja, natuurlijk,” zegt ze, “een Verbascum”.
”Hoe weet jíj dat?” vraag ik verbaasd en onder de indruk.
“Omdat ik die getekend heb in Domies Toen”.
‘Domies Toen’ is Gronings voor ‘tuin van de dominee’. Het is een botanische tuin aan de voet van het kerkje in Pieterburen.
Terug thuis vind ik de tekening in haar schetsboek.
MarliesJVos Verbascum (Domies Toen) PotloodVergelijking van de tekening in het schetsboek van Marlies en het werk van Marjolein aan de muur maakt het verschil in opvatting duidelijk. De schets toont in zijn nauwkeurige weergave dezelfde kwetsbaarheid van de plant, en dezelfde verhoudingen boven de grond. In de schets gaan stengel met bladeren en toorts vloeiend in elkaar over. Hun kleur is groen en geel als in de natuur. Er is schaduw en licht en voorzichtig potlood. De kunstenaar voelt de tegenstelling tussen de parmantigheid van de plant, de optimistische opgerichtheid en de scherpte van de omhoog wijzende bladerranden. De toorts in volle, zaaddragende bloei op het hoogtepunt van haar vruchtbare wezen.
Maria Sybilla Merian, rozenboompje.
ca. 1670-1680. Ondertekening in loodstift en waterverf op papier, ca. 305 x 212mm. The Royal Danish Collections, Rosenborg[Foto afb. 68 rozenboompje]
Het rozenboompje van Maria Sybilla Merian, is even wetenschappelijk en botanisch. Maar tegelijk ook vrijer. De verhouding van de witte rozen tot de stengels – hier de boomstammen- klopt natuurlijk niet. Je vindt nauwelijks een werk van Maria dat zo ondeugend en vrolijk is, waarbij de rozentakken als stammen uit hun eigen schaduw uit de zanderige bodem groeien, terwijl een kever zich erheen haast om aan de droogte en de hitte te ontkomen (mijn interpretatie). De witte rozen zelf dragen hun onuitsprekelijk schoonheid, teer en kwetsbaar uit in één vooraanzicht en twee zijaanzichten. Blaadjes vlezig, maar dun gesneden en krullend als de fijnste carpaccio. Dat zoiets kan, vierhonderd jaar geleden in waterverf, is een wonder.
De kaars van Marjolein is zijn hoogtepunt voorbij. Het groen is geweken, de bladeren wijken verkleurd neerwaarts, de toorts nog overeind, het zaad al uitgestrooid. Het beeld mag georiënteerd zijn op botanische waarneming, het is geen super realistische weergave. Dat maakt de vergelijking botanische schets tegenover de sculptuur duidelijk. Marjoleins is een portret. Een portret doet aan gelijkenis, maar niet aan gelijkenis alleen. Het toont het gevoel dat de portrettist ondergaat tijdens het nabootsen, het gevoel dat haar grijpt tijdens het observeren van de plant. Niet de waarheidsgetrouwe nabootsing, maar de doorleving van het gevoel is haar intentie. Dat is het ‘meer’ waarnaar ze zoekt en dat ze wil overbrengen. Door het doorgronden van die wonderlijke plant, daar voor haar. Haar middelen maken dat duidelijk: formaat, materiaal en compositie.
Gevoel is waar het om draait. Je moet mannen hun gevoel niet ontzeggen. Maar het gevoel van vrouwen werkt anders. Marjolein heeft vast en zeker het moment gekozen, waarop de plant haar kwetsbaarheid en vergankelijkheid het sterkst laat zien. Ze kent de cyclus in de natuur. Het is fascinerend om te beseffen dat na de periode van uitzaaiing en verval nieuw leven ontstaat.
Maria, Marlies en Marjolein laten het duidelijk zien. Vrouwen hebben oog voor de kortstondigheid van het leven en de afwisseling van de seizoenen. Ze raken hun bewonderaarsters in het hart. Deze Verbascum is het bewijs van een doorlopende kunsthistorische traditie, waarin de vrouwen weten: aandacht voor de natuur kan op duizend manieren. Botanisch tekenen en schilderen is niet alleen noteren wat je ziet. Niet alleen iets moois maken. Het is meer dan dat. Kunst. Een Verbascum door vrouwen voor Vrouwen.
i Er zijn ook mannelijke kunstenaars die borduren, Zoals Michael Raedecker die een serie bloemstillevens schilderde waarin hij borduurwerk aanbracht. Marjolein Hessels schilderde dit werk niet, maar werkt vanaf het begin ruimtelijk met materiaal.
ii Tentoonstelling Draadkracht, handwerk als statement, 28 mrt. t/m 30 aug. 2026 / Museum Arnhem.

Verbascum Draadkracht
Mooi beschreven Jeroen.Verbascum
Wauw, dank je wel Carla. Wat een eer dat mijn tekst helemaal doodringt tot zuid-europa. Geniet en veel plezier!HG ook van M natuurlijk
Abonneren
Rapporteer
Mijn reacties