Kunst of decoratie?
We beginnen het nieuwe seizoen met Yayoi Kusama. Met gemengde gevoelens.
(Afbeelding Dieplink Stedelijk Museum Amsterdam)
Yayoi Kusama: Everything about my Love, 2013
Acrylverf op doek, 194 x 194 cm.
Collectie van de kunstenaar.
Met dank aan Ota Fine Arts.
© YAYOI KUSAMA
Dieplink 1: Yayoi Kusama with Narcissus Garden, Venice Biennale, 1966 / (tegenover het Nederlandse paviljoen) /
Image courtesy: Ota Fine Arts, Tokyo / © Yayoi Yayoi Kusama, Yayoi Kusama Studio inc.
Na een succesvolle tentoonstelling in het Ludwig in Keulen schrijft het Stedelijk Museum (ik citeer): “Yayoi Kusama was een van de meest invloedrijke en vernieuwende kunstenaars van de 20e en 21e eeuw.”
Je moet met goede argumenten komen als je dat zo stellig wilt beweren. Wanneer ik begin met Picasso opent zich al een duizelingwekkende rij kunstenaars die zeer invloedrijk en vernieuwend waren. Ook vrouwen: Frida Kahlo, Hila af Klint, Käthe Kollwitz, Paula Modersohn-Becker, Natalija Goncharova, Georgia O’Keefe. De laatste herkende als een van de eersten Kusama’s talent en ondersteunde haar komst naar New York. Er zijn nog veel meer vrouwen uit de 20e en 21e eeuw te noemen.i Ook beeldhouwers: Louise Nevelson, Louise Bourgeois, Niki de Saint Phalle, Barbara Hepworth, Berlinde de Bruyckere, Charlotte van Pallandt.
Terwijl ik door de tentoonstelling Yayoi Kusama in het Stedelijk Museum loop, bekruipt me in vergelijking met deze grote kunstenaressen een ernstige twijfel: Heb ik bij Yayoi Kusama echt te maken met kunst, of is het decoratie? Die vraag komt vanzelf op, omdat het heel moeilijk is betekenis te vinden in haar werken, betekenis die verder gaat dan schone sier. Voorlopig beschouw ik het werk van Yayoi Kusama als ‘outsider-kunst’. Dat klinkt negatief, maar is het niet. Ik licht het hieronder toe.ii
Patronen
Patronen zijn onmisbaar. Ze geven ons leven structuur. Orde waar anders chaos dreigt. Waar orde is ontstaat zekerheid en voorspelbaarheid. Angst verdwijnt.
Patronen hebben nog een speciaal kenmerk. Zij kunnen naast elkaar bestaan in tal van variëteiten en elke variatie kan weer als een patroon herkend worden. We hebben eetpatronen, denkpatronen, schrijfpatronen. Ook in de muziek herkennen wij patronen. Zelfs het vermaledijde Artificial Intelligence (AI) drijft op patronen.
Dieplink 2: Pumpkin, Benesse Art Site, Naoshima, 1994 / Image courtesy: Ota Fine Arts, Tokyo / © Yayoi Kusama, Yayoi Kusama Studio inc.
Wat is een patroon eigenlijk: volgens Wikipedia bestaat een patroon uit een herhaling van eenvoudiger eenheden of een herhaalde toepassing van dezelfde regels. In mijn optiek ontstaat ook vaak een regelmatige herhaling van een zichtbaar schema. Herhaling en herkenning leveren voorspelbaarheid op. Voorspelbaarheid is fijn, steeds fijner naarmate het leven ingewikkelder wordt. Alle mensen zijn gevoelig voor patronen.
De rust en voorspelbaarheid waarvoor een patroon zorgt herkennen wij direct. In het tegelpatroon van de badkamer, in de vloer van de entree en de gang, in de inrichting van onze hangkast, in de rangschikking van de boeken in de bibliotheek. Als je er eenmaal op let kun je er niet aan ontkomen. De invloed ?en aanwezigheid van patronen is enorm.
Beeldend kunstenaars, zo is gebleken uit onderzoek, hebben vaak een speciaal talent voor het herkennen en ontwerpen van patronen. Patronen zijn meestal niet-figuratief.
Het Alhambra (het islamitisch paleis in Granada waar afbeeldingen zijn verboden) is in het westen het bekendste voorbeeld daarvan. Echte meesters in de patronen vind je in de muziek en in de tegelbakkerijen over de hele wereld. Daar waar godsdienst en ritueel het figuratieve beeld in de weg staan, ontstaan als vanzelf de mooiste patronen.
Dieplink 3: Yayoi Kusama, 'Everything about My Love', 2013. Acrylverf op doek, 194 x 194 cm. Te zien in Stedelijk Museum Amsterdam. Collectie van de kunstenaar. Met dank aan Ota Fine Arts. © YAYOI KUSAMA Een bijzondere soort kunstenaars die meesters zijn op het patroon noemen wij ‘outsiders’. Het werk van outsiders (wat een naar woord toch, voor mij heeft dat te maken met buitensluiten), herken je altijd direct aan het dwangmatige doorzetten van het patroon. Meestal samenhangend met een indringend horror vacuï, angst voor de leegte, die hen dwingt elke millimeter van het doek te vullen. Patroon van de linkerbovenhoek over het gehele veld tot in de rechteronderhoek. Trefzeker, veilig, onweerstaanbaar, rustgevend. Yayoi gebruikt het woord ‘infinity’, oneindigheid, eeuwigheid of grenzeloosheid. En zij benadrukt regelmatig hoe nietig wij zijn in het heelal. Dat toont ze in haar infinity rooms: kamers zonder grenzen.
Yayoi Kusama noemde ik ‘outsider’. Maar is zij dan geen echte kunstenaar? Zeker wel, wanneer je haar ongelooflijke diversiteit en oplossingen in haar werk interpreteert als kunst. Zeker ook wanneer je haar handigheid bewondert, waarmee ze zich aansloot bij bestaande, richtinggevende kunstenaars, en de media wist te bespelen. En ook haar persoonlijke doorzettingsvermogen vraagt bewondering, dat zich al aftekende in 1966, toen ze ‘clandestien’ een plek veroverde op de Biënnale van Venetië, met haar werk Narcissus Garden. Ze verkocht er haar bollen en werd weggestuurd. Dat leverde een rel op en de nodige publiciteit, een beproefd middel al uitgeoefend door een rij voorgangers van haar. Het rijtje dat me te binnen schiet: Marcel Duchamp, Salvador Dali, Andy Warhol, Jeff Koons.
Dieplink 4: Galerie van Gertrude Stein, New York 1963. Let op Yayoi op de achtersteven.
Yayoi Kusama with 'Aggregation:
One Thousand Boats Show',
Gertrude Stein Gallery, New York, 1963
/ Image courtesy: Ota Fine Arts, Tokyo
/ © Yayoi Kusama, Yayoi Kusama Studio inc.
In de media wordt veel verwezen naar de helende invloed, die Yayoi’s werken zou hebben op haar geestelijke gezondheid. Zij zou al vroeg in haar jeugd hallucinaties hebben gehad, wanen die zij bestreed met het eindeloos tekenen van ‘punten’. In de tentoonstelling zijn hele nauwkeurige tekeningen uit haar jeugd te zien, zonder ‘dots’, die het verhaal lijken te versterken dat Yayoi op latere leeftijd trauma's heeft opgelopen. Dat beantwoord dan weer aan het beeld van de ‘outsider’ die het maken van kunst inzet als wapen tegen de boze buitenwereld. En zo ontstaat het oude, romantische - inmiddels echt gepasseerde beeld van de eenzame kunstenaar, die achter op het erf in een koud en gammel atelier wereld veranderende kunstwerken creëert. Met name haar zachte penissen zouden zijn ontstaan uit de traumatische invloed van haar vader en moeder tijdens haar jeugd, die een levenslange angst voor seks en mannen zou hebben veroorzaakt.
Dat kan zijn. Maar niet elk persoonlijk trauma van een kunstenaar heeft direct betekenis voor ons. Natuurlijk kunnen wij ons inleven en empathie voor haar voelen en medeleven, maar het werk tot kunst verklaren gaat een stap verder. Dat past wel in onze tijd waarin we spreken over ‘delen’ en kunstenaars aanraden om dicht bij je zelf te blijven. Het past niet in de tijd waarin Yayoi haar beroemdste werken maakte. Dat laat deze tentoonstelling zien: de chronologische opzet toont de context waarin veel van haar werk ontstond. Nul en Zero, Minimal Art, Het Nederlandse Hippiegevoel in de jaren 65-70, Postmodernisme, Performance en welke stroming dan ook, alles kwam van pas voor Yayoi’s ononderbroken productie. Zij was niet de bron van nieuwe stromingen, maar de volgeling die het inpaste met een heel fijnzinnig gevoel, in haar eigen doorlopende aanpassing aan de buitenwereld. Het toont de toepasbaarheid van haar vormen aan veranderende omstandigheden, met behoud van haar eigen karakter.
Er is ook een gemis in de tentoonstelling. Yayoi komt uit een conservatief welgesteld Japans gezin. Tegen de wil van haar ouders wilde ze absoluut naar Amerika. Dat betekende toen meer dan wij nu denken: de verhouding Japan - Verenigde staten was lange tijd verstoord en kreeg een nieuw dieptepunt in Pearl-Harbour en later in Hiroshima en Nagasaki. Tijdens de bezetting van Japan door Amerika in de jaren na de tweede wereldoorlog – Yayoi was toen 16 jaar – drong Amerika Japan een compleet nieuwe cultuur op, van een nieuw onderwijs tot en met een democratie en zag zichzelf daarbij als opvoeder van een onderontwikkeld land, in plaats van als de voormalige vijand. Die geschiedenis komt nu steeds meer boven water, maar wat het precies met Yayoi en haar familiebanden deed, kunnen we slechts gissen. Ze was intussen opgeleid aan de kunstacademie, op traditionele Japanse wijze, met uitvoerige aandacht voor de natuur in haar land, planten, bomen en dieren. Haar vader had een zadenbedrijf. Waarschijnlijk hebben de zogenaamde pompoenen en ook de ‘dots’ een oorsprong in de natuur en vormen ze een uitwijkmogelijkheid uit de politieke omstandigheden van Japan toen. Dat ze per se naar New York wilde heeft waarschijnlijk te maken met het gevoel, dat ze in Japan tijdens de bezetting ontmoette, dat in Amerika alles beter was. Na een aantal jaren in New York en wat omzwervingen door Europa gaat zij op 46 jarige leeftijd in 1975 definitief terug naar Japan.
Red Pumpkin, Naoshima Ferry Terminal, 2006 / Image courtesy: Ota Fine Arts, Tokyo / © Yayoi Kusama, Yayoi Kusama Studio inc.
Dieplink 5: Geen nabootsing maar schematisering en reductie
i Lees bijvoorbeeld: Vigué Jordi (2003) Grote Schilderessen ISBN 90 5841 035 8
ii Lees ook op dit weblog: Animal Therapy – Outsider Art in H’ Art Amsterdam

Abonneren
Rapporteer
Mijn reacties