Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

 

Direct naar uw commentaar (uw emailadres wordt niet gepubliceerd!)

Direct naar uw waardering

II. Dia’s


Dia11. Ontmoeting:
Er drijft een kano in de gracht, op een vroege, zachte lentedag in februari. Het is het einde van de gracht, ze hebben de kano net gekeerd. Nu kunnen zij goed kijken naar het beeld dat boven hen uittorent. Zelf zitten zij op de waterspiegel, het beeld staat er een halve meter boven.

Dia22. Beeld
Een ongerijmd beeld. Op een gouden bal staat een man. De gouden bal staat op een as. De as staat in het water. Midden in een stukje gracht. Preciezer gezegd: De bal staat op de as, een stukje boven het water. De bal is niet erg groot, iets groter dan de voeten van de man die er op staat . De man is een gewone man, iemand uit onze eigen tijd, misschien van kantoor, zo te zien aan zijn donkere broek en witte overhemd. Hij is gladgeschoren, zijn haar zit netjes, hij heeft blauwe ogen, eind dertig schat ik hem.

Dia33. Hoorn
Op zijn gebogen rechterarm draagt hij een enorme hoorn. Die ligt tegen zijn rechterschouder in zijn nek. De punt steekt hoog boven zijn hoofd uit. De linkerarm ondersteunt de hoorn ook, van onderen, bij de breed uitlopende opening. Daar stroomt soms water uit. Dat valt naar beneden, naast de voeten van de man in de gracht. Vandaag niet. Vandaag komt er geen water uit de hoorn.

Dia44. De blikrichting
De man kijkt niet naar de hoorn en niet naar het water onder zijn voeten. Hij draagt de hoorn zoals een hoornblazer in een fanfare. De man kijkt voor zich uit, zoals de hoornblazer van de fanfare kijkt naar het begin van de stoet voor hem. Het kan zijn dat hij luistert, naar het geklater van het uitstromende water.

Dia55. Ongerijmd
Wat ongerijmd is aan het beeld is dat kantoormannen, daar lijkt hij op, op een 0kantoorman, niet op gouden ballen staan, niet op gouden ballen boven de waterspiegel, met een joekel van een hoorn op hun arm. Het is dan ook een beeld.

Dia66. Materiaal
De man zou best van hout kunnen zijn, de bal van messing, de hoorn van polyester. Dat is niet erg traditioneel, die verschillende materialen in één beeld, en dan ook nog geverfd. Maar het is niet verontrustend. De gewoonheid van de man werkt geruststellend, alleen de bal is wat vreemd en de hoorn, natuurlijk ook.

Dia77. Bal = wereld
Misschien is de bal wel een symbool. Een zinnebeeld, een voorstelling. Een teken. Een drager van een betekenis. Meestal is de= een bal een teken voor de wereldbol. En de wereldbol draagt als betekenis ‘de hele wereld’. Symbolen zijn altijd erg traditioneel. Als deze bal de betekenis draagt van de hele wereld, dan is dit wel een erg traditioneel symbool in een erg modern beeld, of misschien is het hele beeld veel traditioneler dan het zich voordoet.
Wereldbollen doen me altijd denken aan dit schilderij van Hans Holbein de Jongere. Op de sidetabel staat een hemelbol, waarop alle sterrenbeelden zijn getekend. Onder op de tafel ligt de wereldbol, de aarde ingetekend zoals die toen gedacht werd. We zitten aan het begin van de wetenschap, in de tijd dat hendrik VIII de Paus bestreed en deze ideeën nog verdedigd moesten worden tegen het geloof.

Dia88. De man / Verhoudingen
Bij nader inzien zijn de verhoudingen van de man een beetje vreemd. Vergeleken bij zijn hoofd zijn de schouders nogal smal , vergeleken met de schouders zijn de heupen nogal breed, vergeleken met zijn heupen zijn de voeten klein. Ten opzichte van zijn hoofd is zijn hele lichaam nogal klein. Zijn verhoudingen zijn niet zo perfect als Leonardo ’s Vitruviusman. Hij lijkt een beetje kabouterig. Het gewone van de gewone man is er nu wel af.

Dia99. Hoorn des Overvloeds
En dan die hoorn. Een hoorn is een heel oud, heel traditioneel instrument. Er is een zeegod, een triton, uit het rijksmuseum, die op die hoorn blaast, als op een toeter. Maar die staat niet, die zit ontspannen op een schelp, met een been over het andere. In de traditie kennen we ook de hoorn des overvloeds. Die stamt al van de klassieke Grieken en staat voor wat hij is: een hoorn die overvloedig en onophoudelijk schenkt wat de ontvanger wenst. Dus meestal staat hij overeind en groeit er van alles bovenuit. Onze man houdt hem op zijn kop en stort die overvloed behoorlijk nonchalant uit, onverschillig in het water van de gracht.

Dia1010. Op de bol
De enigen die ooit op de wereldbol stonden in de kunst waren Christus, als redder van de wereld en de godin Fortuna, als godin van het geluk. Het waterwerk in Sneek draagt als titel “Hoorn des Overvloeds’ en verwijst volgens de website naar “Fortuna, de godin van het geluk en de schutsvrouw van steden, families en volkeren”. De hoorndrager draait in de rondte wanneer het water uit de hoorn loopt. Zo symboliseert hij dat de overvloed je nu eens tegemoetkomt, dan weer de rug toekeert. Er is wel wat onduidelijk: Fortuna is een vrouw, en deze hoorndrager is een man. En wat er uit de hoorn stroomt hebben ze in Sneek al lang in overvloed: water.

Dia1111. Ongerijmdheden / poppen
Dit zijn dus de ongerijmdheden: een man uit onze tijd die verward wordt met een godin van de romeinen, een hoorn des overvloeds die niets anders spuit dan wat er al is, een circusbal als wereldbol. De man oogt eigenlijk best wel vriendelijk en heel normaal, niet als een afbeelding, uitbeelding of verwijzing naar iemand anders, niet als kunst maar volkomen zichzelf. Een pop zoals Jan Klaassen die wij een eigen leven toedichten, een eigen identiteit. Gewone mensen die zich onderscheiden door gewoon te zijn. Dat is wel zo’n beetje het handelsmerk van Stephan Balkenhol.

Dia1212. Heiligen
Zonder traditie geen kunst. De engel van Balkenhol kijkt net zo verwachtingsvol omhoog als de Johannes van Riemenschneider. En alle figuren sinds de middeleeuwen zijn gekleurd, als het om eigen, inheemse mensen gaat. Alleen de imitatieklassieken blijven naturel van marmer. De engel mag dan een gewoon wit hemd aan hebben en een zwarte pantalon, Johannes staat op blote voeten. Het gaat bij beiden om van gewone mensen, het hoofd, de houding en de blik. Zo zoekt de mens zijn heil. Zo beleeft hij zijn geloof.

Dia1313. Naakt
Ook het naakt is een eeuwenoude traditie. Vergeleken met Ernst Ludwicjh Kirchner, die we gerust modern mogen noemen, is het naakt van Balkenhol bijna documentair. Het is zoveel mogelijk ontdaan van alle symboliek die de eeuwen daarvoor het naakt kenmerkte. Het naakt tussen hen in is van John de Andrea, naar een schilderij van Courbet. De beide rechtse dames bedekken hun borsten maar het naakt van Balkenhol kent geen valse schaamte. Zij is de natuurlijkste van de drie.

Dia1414. Dieren
Bij de dieren komt de humor, laten we zeggen het vleugje ironie, van Balkenhol los. Bij de man op de giraffe krijg je plaatsvervangend hoogtevrees en raak je ook een beetje vertederd, door de rust en kalme zelfverzekerdheid van het dier. In de sfinx worden twee soorten door elkaar gehaald: de Egyptische met een mannenhoofd en het lichaam van een leeuw, en de Griekse, met een vrouwenhoofd en vleugels. Het vliegende mannetjesleeuwtje van Balkenhol kijkt opgeruimd de wereld in. Hij vindt zichzelf volkomen normaal.

Dia1515. Betekenis
Stephan Balkenhol wordt gezien als de een van de grootste kunstenaars die Duitsland in de vorige eeuw heeft voortgebracht. Vooral omdat hij de figuratie in de kunst terug bracht. En dat terwijl hij nota bene is opgeleid door Ulrich Rückriem, ongeveer de strengste minimal art beeldhouwer uit Duitsland, die juist de figuratie totaal uit zijn oeuvre heeft uitgebannen. Groter tegenstelling tussen deze twee meesters is niet denkbaar. Toch is het werk van beiden volkomen overtuigend. Hoe dat komt wordt verklaard door Rémy Zaugg in zijn boek ‘De list van de onschuld’. Hij zegt: “Alle nieuwe kunstwerken […] zijn uitdrukkingen die letterlijk op het spel zetten wat zij zijn, om letterlijk op het spel te zetten wat wij zijn.” Dat is volgens mij de beste definitie van kunst.

III. Tot slot

Een hoorn des overvloeds bevat natuurlijk altijd die dingen in overvloed die je niet hebt, maar waar je naar verlangt. Maar deze hoorn strooit in de rondte wat er al lang is. Dat lijkt me een lesje in nederigheid: kijk eens naar wat je al in overvloed hebt en doe daar wat mee. Dus ik ga er maar vanuit dat deze eigentijdse figuur de hoorn van vrouwe Fortuna een paar jaar te leen heeft gekregen, op voorwaarde dat hij er de inwoners van Sneek en hun toeristen rondom de ogen mee zou openen. Sneek heeft zijn welvaart te danken aan het water en het hoeft maar één ding te doen: ervoor zorgen dat het blijft stromen.

IV. Bronnen

1) Triton
Triton (Oudgrieks: Τρίτων) is een god uit de Griekse mythologie. Triton was een zoon van Poseidon en Amphitrite en broer van Rhode, Kymopolea en Benthesikyme. Als Poseidon in een vrolijke bui was, ging hij naar het wateroppervlak met zijn vierspan. Triton, half mens, half vis
reed over het water met paarden en zeemonsters en blies op de kinkhoorn om de golven te bedaren
http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.350900
Deze triton, een zeewezen uit het gevolg van de god Neptunus, is een van de zestien beelden die ooit samen een monumentale fontein vormden. Het gevaarte stond voor het slot Frederiksborg in Denemarken. In 1659 brachten Zweedse soldaten de beelden als oorlogsbuit over naar Stockholm. De triton zat oorspronkelijk op de rand van een bassin; uit de schelp waarop hij blaast spoot water.

2) Holbein
1533 Holbein: het jaar dat Hendrik VIII scheidt van Catharina van Argaon en trouwt met Anna Boleyn, die dan zwanger is. Dus moet de Franse ambassadeur Jean (links in beeld) in Londen blijven voor het huwelijk. (Google image)
De schedel onderin is perspectivisch veranderd. De boodschap is: je bent er maar tijdelijk. Maar linksboven in de hoek is een perspectivisch vertekende crucifix: die meedeelt: er is redding mogelijk.
Op het schilderij is de bovenste bol de hemelen en de onderste de aarde.

3) Rémy Zaugg
Zaugg, R. (1982) Die List der Unschuld, das wahrnehmen einer skulptur, Eindhoven, Stedelijk Van Abbemuseum, p. 101
“Alle neuen Werke, die zum dem von diesem Text durchdachten Werk in einem
Analogieverhältnis stehen, sind Ausdrücke, die wörtlich aufs Spiel setzen, was sie sind, um
wörtlich aufs Spiel zu setzen, was wir sind.”

 

 

1000 Resterende tekens