
De recensie in het Parool is uitermate positief: “Schilder Polke vs. singer-songwriter Blaudzun is een gok die goed uitpakt”. Het Cobra museum in Amstelveen wordt geprezen om ‘de verbreding’ die zij invoert. Nieuwsgierig ga ik op weg naar de tentoonstelling.
(klik op de plaatjes voor een grotere afbeelding)
Ik heb altijd de grote werken van Sigmar Polke (1941-2010) bewonderd om hun meerlagige opbouw waarbij de transparantie nooit verloren gaat. In De Pont in Tilburg hangen vier enorme doeken die bij elkaar horen: Hermes Trismegistos I-IV (1995). Het werk is gebaseerd op een kerkvloer in Siena. Ik wijdde er ooit een hele les aan en bezocht De Pont daarna met de cursisten.
De tentoonstelling in het Cobra Museum bestaat uit 40 ‘Gouaches’. Papieren bladen van 100x70 cm. Allemaal even groot, allemaal even hoog opgehangen, aan de buitenkant op de gebroken witte ronde muur, aan de binnenkant is deze zwart. Voor elk werk op de vloer ligt een tekstvel, even breed als het werk, met in drie talen een titel. Die titel bestaat nu eens uit lange dan weer uit korte zinnen. Duits, Engels en Nederlands.
De teksten verklaren niet wat er op het beschilderde blad te zien is. Dit werk bijvoorbeeld heet: Blumenwasser riecht nicht, wenn man ein Stück Holzkohle hinein gibt(1996).
Er is geen vaas, geen bloemen, geen houtskool te zien. Wel een aantal lagen verf (en/of inkt) over elkaar heen. Een laag toont gestileerde tekeningen van kinderen in een zwembad en een vrouw(moeder?) aan de telefoon. Daaroverheen een laag met twee gestippelde gezichten, in hartvorm, waarschijnlijk een man en een vrouw. Een onder dat alles, of er tussendoor, of uitgespaard rond de voorstellingen -het is niet goed te zien- een laag niet-figuratieve kleurvlakken, die al druipend en hier en daar met penseel zijn opgebracht. Misschien zijn dat op zich ook wel meer lagen. De werken zijn ingelijst, achter glas dat stoort en op afstand houdt.
Alle bladen zijn op deze manier gevuld met niet-figuratieve kleurvlakken, uitgedropen lijnen, veel in goud en zwart. Vaak een foto, vervreemd door een veel te groot en grof raster, als een honderdmaal vergrote krantenfoto. De hele serie bij elkaar draagt als titel: Musik ungeklärter Herkunft (1996).
In het midden van de zaal is een diepblauw carré met afgeronde hoeken gebouwd, met aan één zijde een opening. Daarbinnen hangen op de wanden negen van de veertig bladen. Componist en muzikant Blauzun (Johannes Sigmond, Arnhem 1974) componeerde bij elk van deze negen bladen een muziekstuk. Ook hier liggen teksten op de vloer voor de schilderwerken. Sommige titels zijn dezelfde als elders in de tentoonstelling. De muziek duurt in totaal 32 minuten en wordt afgespeeld op een 9.1 surround systeem. ”Dat betekent dat het geluid heel specifiek uit verschillende richtingen kan komen.” Er is een mix van diverse instrumenten en zangstemmen. De nummers zelf combineren verschillende stijlen. Zo spiegelt de muziek de gelaagdheid van het beeldend werk.
Horst Janssen Museum Oldenburg 2010
In 2010 werd de hele groep werken tentoongesteld in Oldenburg, in het Horst-Janssen museum. Het schrijft:
De felgekleurde bladen tonen het hele spectrum van Polkes typische manier van werken: citaten uit de kunstgeschiedenis en de volkskunst worden samengebracht in een geschilderd raster van stippen; heldere kleuren zijn als strepen op het papier uitgegoten; verfijnde composities ontmoeten willekeurig gecreëerde patronen en ornamenten. De absurd grappige titels zorgen voor extra inhoud.
Polke vraagt zich op een foto af of ‘wetenschappers, inventieve dwergen, voor alles kunnen worden gehuurd’. Dit citaat, dat hij als titel gebruikt, biedt een mooi sjabloon voor verreikende speculaties over zijn afbeelding. De titels leiden een eigen leven, ze zijn meestal meerdere regels lang en komen uit verschillende bronnen: kalenders, huishoudelijke tips en reclame worden door elkaar gehaspeld en getuigen van de absurditeit van het dagelijks leven. Net als de titels worden ook de bladen zelf samengesteld uit citaten uit de geschiedenis van de beeldende kunst en de volkskunst. Liefdesparen uit de Barok, barbiepoppen, huisvrouwen en wetenschappers worden samengebracht met niet-figuratieve motieven.
De verwijzing van Polke naar grafische afbeeldingen is van bijzonder belang. De geschilderde halftoonpunten verwijzen naar offsetdruk, die als een niet-kunstzinnige, puur commerciële druktechniek werd beschouwd. Bij Polke vervloeien deze geschilderde punten, die overal in zijn werk aanwezig zijn, tot een bijna sensuele tastbaarheid. De schilderachtige aanpak, de heldere, elkaar storende kleuren en het grote formaat van de bladeren maken de tentoonstelling tot een bijzondere ervaring.
(https://kultur-online.net/inhalt/musik-ungekl%C3%A4rter-herkunft
Deze tekst is door mij vertaald, met dank aan de originele tekst uit 2010 van het Horst-Janssen-Museum in Oldenburg.)
Gouache
Alle beschrijvingen die ik daarna heb gelezen van de tentoonstelling nemen het Duitse woord “Gouache” over. In de eigenlijke zin van het woord zijn de werken geen echte gouaches. (Gouache: Schildering op papier met dikke ondoorzichtige waterverf (plakkaatverf), waardoor de ondergrond niet zichtbaar blijft, zoals wel bij een aquarel. De verf droogt mat op.)
Waarschijnlijk wordt de term overgenomen tegen beter weten in, omdat er in het Nederlands niet een adequate term is voor de met verschillende soorten verf behandelde papieren bladen van Polke, waarin de ondergrond regelmatig zichtbaar is en inkten en verschillende verfsamenstellingen door elkaar gebruikt worden.
Muziek
Polke betitelt de hele serie als ‘Musik’
Dit werk heet: Das Überlaufen von Milch verhindert man, wenn man eine Sohle aus Samt in die Schuhe legt. Dat lijkt op een huishoudelijke tip, maar meer nog op onzin: Je kunt voorkomen dat melk overloopt als je een fluwelen zool in je schoenen legt. Ook hier heeft het geen zin om naar iets uit de titel in het kunstwerk op zoek te gaan. Er is geen zool of fluweel of melk te bekennen. Zou Polke niet gewoon met “Musik” gedoeld hebben op die lege, zeurende zinnetjes die soms in ons hoofd blijven hangen.
In tegenstelling tot de “Ungeklärter Herkunft” (Onverklaarbare oorsprong) krijgt Blauzun van het museum de opdracht om er échte muziek bij te maken. Blauzun componeert bij een selectie van negen werken muziek die wordt ingegeven door zijn persoonlijke interpretatie. Zijn muziek is zeer stemmig bij het werk, regelmatig ‘minimal’ met de kwaliteit van Simeon ten Holt. Muziek die zijn oorsprong vindt in het tijdperk dat Polke werkzaam was.
De muziek overtreft het anekdotische van deze werken. 40 stuks ‘gouaches’ kunnen onmogelijk allemaal even goed zijn, laat staan zo goed als eerdergenoemde Hermes Trismegistos. Het zijn heus wel echte Polkes, en ze zijn raadselachtig en intrigerend, maar Blauzuns muziek zou beter tot zijn recht komen bij Polkes vier grote werken in De Pont. Die combinatie zou werkelijk monumentaal worden.
De geschilderde werken verdringen de titels. Hoe meer titels je leest, des te storender gaan ze werken. De oppervlakkige taal stort ineen onder de kracht van het beeld en de muziek.
Dankzij de muziek die overal in de tentoonstelling hoorbaar is, ontstaat er een contemplatieve sfeer in de hele museumzaal. De muziek gaat alleen maar over de negen werken in de selectie. De muziekstukken zijn toegespitst op ieder afzonderlijk werk en horen bij dat werk. Daar moeten ze beluisterd worden. Die concentratie mag niet verstoord worden door groepjes babbelende mensen of rondleiders die hardop uitleg bij de werken geven. Dit is een tentoonstelling bedoeld voor solitaire beleving.
De vergelijking met Trismegistos maakt duidelijk dat ik voorstander ben van één zintuigelijke ervaring per kunstzinnige uiting. Beelden in het museum, tekst in het theater, muziek in het concertgebouw, film in de bioscoop. Ere wat ere toekomt.
Dat klinkt erg ouderwets. Hier liggen negen of meer lagen door elkaar heen: drie of meer in het beeld, twee of drie in de titels, meerdere in de muziek. Maar toch, ook al vind ik het geheel ongrijpbaar, het experiment verdient lof. Wij zijn tenslotte zelf ook meervoudige mensen in een leven dat zich op meerdere -werkelijke en virtuele- bewustzijnsvelden afspeelt. Het is geen wonder dat de kunst daarbij aan wil sluiten.
NRC en Parool, om er twee uit meer te noemen, zien dit als een nieuwe trend. Opdracht verlenen aan componisten noemen ze ‘het ontstaan van een bredere kunstopvatting’. Dat nemen ze waar bij verschillende musea, Mauritshuis, Fundatie, Bonnefanten, musea die muzikanten opdracht geven composities te maken bij hun bestaande kunstwerken.
Dat is naar mijn mening geen nieuwe en geen bredere kunstopvatting. De Jonge Wilden uit de tachtiger jaren waren sowieso allemaal muzikant of lid van een band. Gesitueerd in de toenmalige muziekscene en buitengewoon maatschappelijk geëngageerd. Muziek vonden zij uitermate belangrijk maar zij combineerden muziek niet met hun schilderwerk.
De muziekopdrachten die de musea nu verlenen worden niet opgedragen door de beeldend kunstenaars zelf. Je kunt je zelfs afvragen of Polke wel blij geweest zou zijn met deze opdracht aan Blaudzun: zijn opvatting van ‘Musik’ kon wel eens een heel andere zijn, dan de letterlijke vertaling ‘Muziek’.
Deze trend die de kunstrecensenten waarnemen bij de musea lijkt vooral bedoeld om nieuw en liefst jong publiek naar de beeldende kunst te halen. Daar kunnen we alleen maar mee instemmen. Maar we moeten het niet aanzien voor een ‘bredere kunstopvatting’. Het is zuiver een initiatief van de musea zelf en niet van de kunstenaars. Het Cobra museum lijkt dat zelf ook te accentueren, door naast Polke vs Blauzun een tentoonstelling in te richten over de Cobrabeweging en muziek. Over het belang van muziek voor beeldende kunstenaars, wel te verstaan.