Nee, ik heb niets tegen de kunst van Yayoi Kusama.
Ik ben het alleen niet eens met het etiket ‘meest invloedrijk en vernieuwend’ dat aan haar werk wordt toegeschreven.(i)
En ik ben verwend.
Want ja, wij waren twee jaar geleden in Japan en bezochten daar het kunsteneiland Naoshima.
Bij het afdalen van de berg zag ik in de verte deze ‘pompoen’ op een pier in de zee.
(Foto: Pompoen (1994) van Yayoi Kusama op het 'kunsten-eiland’ Naoshima in Japan;
https://finding-naoshima.co.jp/about-ohana-tour/)
Pompoen (1994) van Yayoi Kusama op het 'kunsten-eiland’ Naoshima in Japan;
(Foto https://finding-naoshima.co.jp/about-ohana-tour)
Het afdalen van de berg herinner ik me nog goed. Bij elke wending van het pad opende zich een nieuw vergezicht. We waren gekomen van de stad Okayama. Dat voelde toen als het vaste land. Het is er zo groot en weids dat het je zintuigen bedriegt. Okayama ligt op het hoofdeiland Honshu. Japan kent niet zo iets als ‘het vaste land’ van Nederland. De zeeën zijn er overal. Wat Japan wel kent is immense ruimte. De ruimte van hoge bergen, uitgestrekte, dichte bossen en brede, groene dalen, snelstromende beekjes en kilometers lange, brede stranden. Waar je ook bent in Japan, je voelt er altijd de ontzaglijke ruimte. Wij waren van het dichtbevolkte Okayama gekomen, met de auto over snelwegen langs uitgestrekte industrieterreinen en winkelcentra. En met een snelle boot van het hoofdeiland naar het kleine kunsteneiland voor de kust. Japanners zijn een varend volk.
Merleau-Ponty
Ik lees nog steeds in Merleau-Ponty’s Fenomenologie van de waarneming. Ik ben nu op bladzijde 208. Hij heeft hij al veel moois gezegd.
Zoals:
“Wij zijn altijd lichamelijk in de wereld en ook lichamelijk op de wereld gericht.” (ii) Hij verklaart dit nader. ‘Het lichaam bewoont de ruimte, het communiceert met de dingen die er in de ruimte al zijn´.
Deze opvatting verruimt ons denken over het begrip ruimte, dat door grote namen is onderzocht. Een van de bekendste koppels in de kunstgeschiedenis, die zich daar enige tijd in verdiepten, werd gevormd door de samenwerking Eduardo Chillida en Martin Heidegger. Zij maakten een mooi boekje in 1969: Die Kunst und der Raum. Je kunt die tekst zeker verbinden met Merleau-Ponty, die zijn werk 24 jaar eerder publiceerde. En ook met Joseph Kosuth, van vier jaar vóór Chillida en Heidegger. Merleau-Ponty heeft het zelf niet meer mee mogen maken. Hij overleed in 1961, slechts 53 jaar oud. Ik had hem graag naar de opstellingen van Kosuth, Chillida en Heidegger gevraagd.
Een voorbeeld van de stelling van Merleau-Ponty kan zijn dat wij, onbewust, om een stoel heenlopen. Een ander voorbeeld kan zijn dat wanneer wij een sculptuur zien in een ruimte, wij automatisch onze richting en snelheid aanpassen, om het beeld beter te zien. En als er een stoel, een heel gewoon ding, én een sculptuur, een heel ongewoon ding, in dezelfde ruimte staan, kiezen we automatisch voor het bijzondere ding. Zonder erbij na te denken.
Reuzenpompoen Foto Wikipedia, Nick Ares - originally posted to Flickr as Giant Pumpkin Festival 10.20.07 013
Een volgende stelling van Merleau-Ponty luidt: “Het handelen, het voelen en het willen kunnen nog steeds worden onderzocht als de oorspronkelijke manier om objecten te stellen, omdat een object, nog voordat het zwart of blauw, rond of vierkant verschijnt reeds als aantrekkelijk of afstotelijk verschijnt.”i (Mijn cursief).
Er is wel een zekere gelijkenis tussen Yayoi’s pompoen en een echte reuzenpompoen, hoewel de laatste, een natuurlijke vrucht, niet zo gestileerd is, en niet teruggebracht tot het schema dat op de kade staat.
Plotseling ben je terug op de pier bij de pompoen van Yayoi. Hij ( een pompoen is mannelijk) trekt jouw blik naar zich toe, stuurt je terug naar de zee, brengt je naar de bergen in de verte, laat je turen door de nevels boven het water, laat zijn vorm drijven op het oppervlak van het steiger. Is zelf als een berg die oprijst uit de zee. Benadrukt de voorgrond en de diepte van het landschap. Hij is niet aantrekkelijk noch afstotelijk.
Deze pompoen is een voorbeeld van de goede orde: een brede, uitwaaierende rok, onder de knie naar binnen iets ingenomen, met regelmatige, verticale plooien van enigszins gesteven stof, waarop een patroon van noppen, rijen grote noppen boven op de plooien, afnemend naar steeds kleinere noppen aan weerskanten van de plooirug, naar de diepe groeven. Steeds kleiner en kleiner totdat je ze bijna niet meer ziet in het diepst van de groef. De noppen komen inde natuur niet voor en ook niet het zwarte steeltje met witte stippen.
Hij roept het gevoel in je op dat je hebt als je kijkt naar „Der Wanderer über dem Nebelmeer“ von Caspar David Friedrich. Dat werk wordt beschouwd als het absolute meesterwerk van de Duitse romantiek. Het symboliseert verlangen, de verhevenheid van de natuur en het eenzame, beschouwende individu. Het is een prachtig voorbeeld van het zo genoemde ‘rugbeeld’: een figuur op de rug gezien waarmee je jezelf kunt vereenzelvigen. Ben ik nu even een pompoen aan zee? Ultieme rust in genieting.
Der Wanderer über dem Nebelmeer,
Caspar David Friedrich, um 1818,
Öl auf Leinwand, unsigniert; Hamburger Kunsthalle, Hamburg;
Foto: Von Caspar David Friedrich - https://online-sammlung.hamburger-kunsthalle.de/de/objekt/HK-5161, Gemeinfrei, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=67645817
i Zie ook: https://www.mandarte.nl/703-patronen-en-yayoi-kusama-1929-2026
II Merleau-Ponty, Maurice (1945) Fenomenologie van de Waarneming. Oorspronkelijk Phénoménologie de la perception, Paris, Gallimard. (Vertaling en Ten Geleide Douwe Tiemersma en Rens Vlasblom, Amsterdam, Boom, 2009/ 2013 herziene druk, tweede oplage. P.19: Fenomenologie van het lichaam en lichamelijk bestaan.
Abonneren
Rapporteer
Mijn reacties