(Leestijd: 5 - 9 minuten)

In museum De Pont in Tilburg zijn er nu gelijktijdig twee tentoonstellingen van kunstenaars die ik tot mijn favorieten reken: Sigmar Polke en Matthew Monahan.
Op een of andere manier passen zij mooi bij elkaar, maar ik weet niet waarom.

En ik krijg ook niet helder waarom de scheidende museumdirecteur Martijn van Nieuwenhuyzen deze twee nu voor zijn afscheid bij elkaar brengt. Mij maken beide oeuvres in ieder geval erg onrustig. Ik heb voor elk heel veel tijd nodig en ik kan ze niet loslaten. Dus op naar De Pont. Om te ontdekken dat De tentoonstelling van Polke voor het eerst werken bij elkaar brengt uit meerdere Nederlandse én buitenlandse collecties. De tentoonstelling van Monahan is veel minder omvangrijk maar minstens even boeiend. Die bespreek ik aanstaande week.

Farbtafelen (8) 1986-92

Sigmar Polke (1941-2010,) Farbtafelen (8) 1986-92 Gemengde techniek op doek, elk 300 x 224 cm. 
Coll. Stedelijk Museum Amsterdam. (Foto Mandarte)

De acht doeken (die zich als panelen voordoen) komen uit de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam. Op deze wand hangen ze perfect. Ze lijken net zo industrieel als de open staalconstructie van het dak. De belichting varieert. Wanneer je de dubbele pagina’s van de Amsterdamse catalogus uit 1992 open vouwt, staan ze alle 8 naast elkaar op de binnenzijde afgedrukt. In niet precies deze zelfde volgorde. Zou Polke de onderlinge relaties niet vastgelegd hebben?

Elk doek is helemaal behandeld met één kleur. Elk doek is veel groter dan ikzelf ben.

Dit doek noem ik Azuur. Het spieraam erachter is niet meer haaks, de randen zijn dus licht gekromd.Ik weet het niet zeker maar het kan zijn dat ik ze hier op deze muur al eerder heb zien hangen. In ieder geval maken ze me opnieuw onrustig. De serie verstoort het industriële uiterlijk van zichzelf en van het dak even zo sterk als het er mee rijmt. Dat komt doordat alle doeken wild in brede kwaststreken zijn beschilderd, zo dat de witte achtergrond er nog overal doorheen schemert. De streken van de brede kwast of borstel zijn naar alle kanten uitgesmeerd, in cirkelende gebaren. Waar ze botsen, overlappen of elkaar bijna raken, is de kleur dikker en intenser aanwezig.

Wat me onzeker maakt is dat ik me niet op één doek kan richten. Mijn ogen zijn sterker dan mijn geest en schichten van het ene doek naar het andere. Opvallend genoeg zonder hiërarchie. Wat ik op school over kleur geleerd heb gaat hier niet op. Rood is niet belangrijker dan geel of groen of azuur. Sterker nog, rood is geen rood, het ene geel is anders geel dan het andere geel, de blauwen verschillen van elkaar, groen en azuur worden hard gescheiden door een geel doek.

Maar ook binnen één doek vinden mijn ogen geen houvast. Ze zoeken naar een rustmoment, dat er niet is. En omdat alle kleuren – althans voor mij – dezelfde waarde hebben, is er geen keuze. Er hangen acht compleet gelijkwaardige doeken naast elkaar. Er strijden acht gelijkwaardige doeken om aandacht. Geen enkele voert de boventoon.

Geen uitdrukking maar onderzoek.

Dus blijft de vraag: wat moet ik hiermee? Ik kan geen functie bedenken waar deze doeken zich voor kunnen lenen. Ze zijn volkomen in zichzelf gekeerd. Iemand heeft ze hier neutraal in een stramien naast elkaar gemonteerd. Ze lijken een reeks, maar ze zijn een rij. Er wordt niets gesymboliseerd. Er wordt nergens naar verwezen.

Helemaal de negentiger jaren van de vorige eeuw. Het gaat om zijn. Niet om ergens op te lijken, niet om iets speciaals of een speciaal gevoel uit te drukken. Elk doek is een onderzoek naar zichzelf. De acht doeken bij elkaar zijn een onderzoek naar mogelijke verschillen en mogelijke relaties. Onderzoek is het toverwoord. Met een ander modewoord uit die tijd: het gaat om ‘energie’. Isoleer de Azuur hierboven en geef toe: de energie spat ervan af. Het onderzoek betreft er zijn en energie. Hoe het onderzoek afloopt is voor iedereen anders.

Series

Onderzoek pleeg je in series. Dat wil zeggen, je start met a, gaat dan naar b, c, enzovoorts. Bij elke stap verander je iets. Zo wordt duidelijk wat de gevolgen zijn van elke stap. De filosoof Merleau-Ponty zegt dat onderzoek gebaseerd is op waarneming en ons waarnemen is een lichamelijke activiteit. Lichaam en geest zijn niet gescheiden, maar vormen een eenheid. Het zien van de buitenwereld gaat gelijk op met ons waarnemen van onze binnenwereld. De afbeelding zet mijn verbeelding aan het werk, mijn wereld bestaat op dat moment uit mijzelf tegenover het schilderij én de denkbeeldige wereld waarin ik ronddwaal.1
Wie ben ik, welke energie bevalt mij het best, welke kleur en streek zal ik kiezen? Want Kunst is kiezen en kiezen is de kunst. Is kiezen hier wel mogelijk?
Polke maakt heel vaak gebruik van een bestaand beeld en maakt daar variaties op. Zo tonen zijn werken iets van hem aan ons. Iets wat wijzelf niet waarnemen als wij zonder hem kijken naar het origineel. Een mooi voorbeeld van het sturen van onze blik zien we in Polke’s Hermes Trismegistos hieronder.

Hermes Trismegistos I-IV 1995

Sigmar Polke (1941-2010,) Hermes Trismegistos (4) 1995 Kunsthars en lak op stof, 4 delen, nr. 1 200 x 190, nrs. 2 t/m 4 elk 300 x 400 cm, Coll. De Pont
(Foto’s Mandarte in Siena en in De Pont)
In de kathedraal van Siena in Italië ligt een schitterende vloer. Een van de prachtige mozaïeken is een afbeelding van de Egyptische filosoof, mysticus en alchemist Hermes Trismegistos (Hermes de drie keer grootste). Het verhaal is interessant. Het mozaïek is slechts twee perioden per jaar te zien. De rest van het jaar is het afgedekt met houten platen, om beschadiging en verwering tegen te gaan.

Dit mozaïek gebruikt Sigmar Polke voor zijn vierluik.
Hij schildert het niet na en maakt geen kopie, maar bewerkt de afbeelding met een raster. Het hele beeld rastert hij in twee kleuren, het blauw en wit van de vloer in Siena, waardoor de contouren en details van de voorstelling verdwijnen.

Onze waarneming verandert. In de variant van Polke ‘zien’ wij een man van links het beeld inlopen, naar een grote figuur toe bij een tafel. Achter de man ontwaren wij nog een silhouet. Wie deze figuren zijn en wat zij doen kunnen wij niet waarnemen in Polke’s blauwdruk.

In de drie grote platen in dezelfde zaal in De Pont, ontvouwen zich details uit de voorstelling, scherp afgedrukt en vervolgens met verschillende materialen en technieken overdekt. Het is alsof Polke alvast sporen uit de oudheid heeft aangebracht, sporen waar ze in Italië zo bang voor zijn, sporen die grote delen van het mozaïek onherstelbaar zouden beschadigen.

Van Polke is bekend dat hij verf en andere vloeistoffen met elkaar vermengt, waardoor de stabiliteit van het beeld ondermijnd wordt en onze waarneming ervan noodzakelijk zal veranderen. Bovendien brengt hij het aan op polyester, dat door de behandeling transparant wordt en laat zien wat hij aan de achterkant heeft aangebracht. Het lijkt een ode van de ene alchemist aan de andere, en een onderzoek naar het beeld. Met een ongewisse uitkomst, die eeuwen van verandering tegemoet gaat.

Dieplink Duomo mozaïekvloer.;Dieplink naar de collectie beeld 1; Dieplink naar de collectie Beeld 2; Dieplink naar de collectie beeld 3; Dieplink naar de collectie beeld 4; Dieplink naar het origineel in Siena;

Rasters

Flopp 1996Sigmar Polke, Flopp 1996, zeefdruk op karton, 50 x 70 cm, coll. De Pont

Tot ver in de jaren ‘70 van de vorige eeuw waren rasters in gebruik om foto’s in meerdere tinten af te kunnen drukken op papier. Het kenmerk van het raster is dat het een doorzichtige film is, met een regelmatig patroon van zwarte punten. Hoe het licht door het raster valt op verschillende plaatsen, bepaalt hoe de volle- en half-tonen op de afdruk zichtbaar worden. Het is lange tijd een relatief goedkope techniek geweest om foto’s af te drukken in kranten en ander drukwerk.

Sigmar Polke gebruikt vaak rasters. Die schildert hij na om aan te tonen dat de gerasterde afbeeldingen in kranten en magazines geen betrouwbaar zicht op de werkelijkheid gaven. In Flopp hierboven breekt hij de regelmaat en het patroon van het raster open en verstoort daarmee doelbewust de verwachtingen waarmee wij kijken. Rasters, zo betoogt hij, zijn een manier waardoor wij voor de gek worden gehouden. Maar hij gebruikt ze ook zelf, zoals in het portret van Hermes Trismegistos, rond de hoed van de alchemist. En hier, als zelfstandige zeefdruk, wordt het kunstwerk een zuiver esthetische ervaring. Eentje die de nadruk legt op het maken van het kunstwerk, dat altijd bestaat uit materie.
(Dit werk kon wel eens de verbinding leggen tussen Polke en Monahan.)

NB: Voor belangstellenden is er een speciale lezing in Museum De Pont op 26 november a.s. , kijk daarvoor even op de site van het museum:
Sigmar Polke – The Knowledge of Colours | Collège | Vortrag und Fragerunde, 26.11.2026, 19–20 Uhr, De Pont Museum, Tilburg

Bronnen

- Sigmar Polke (1992) catalogus. Stedelijk Museum Amsterdam  nr. 770 ISBN 90-5006-077-3

- Sigmar Polke TRANSIT (1996) Staatliches Museum Schwerin Cantz Verlag ISBN 3-89322-894-2

- Lane, John R. en Wylie, Charles (2003) Sigmar Polke, History of everything; paintings and drawings 1998-2003 Dallas Museum of Art ISBN 0-936227-27-3

Zie ook:

Teksten van De Pont:  https://www.depont.nl/tentoonstellingen/sigmar-polke-3

Teksten van Mandarte:  https://www.mandarte.nl/693-collectie-pinault-tentoonstelling-clair-obscure?highlight=WyJwb2xrZSJd
en: https://www.mandarte.nl/416-muziek-uit-onbekende-bron?highlight=WyJwb2xrZSJd

Noten

1 Maurice Merleau-Ponty, Oog en Geest. Vertaald door Rens Vlasblom, herzien door Ineke van der Burg, met een voorwoord van Claude Lefort en een nawoord van Jenny Slatman (Amsterdam,Uitgeverij Parrèsia 2012). Oorspronkelijk uitgegeven als ‘L’ Œeil et l’Esprit’ (Paris, Gallimard, 1964

1000 Resterende tekens