In het weblog staan algemene artikelen over beeldende kunst, dingen, woorden, aanwezigheid.
Op 4 mei was ik in het riante atelier van Hubert Zeeman, op de rand van het Java-eiland in Amsterdam. Al heel lang metaalkunstenaar is dit de ideale plek voor hem, je ruikt er nog de historie van de oude scheepvaart, de reusachtige kranen en de stoere kade. Zijn atelier is grofweg in tweeën gedeeld, een voorruimte aan de daglichtgevel, en een achterstuk dat met een gordijn hermetisch is afgesloten.
Als je door het gordijn heen gluurt wordt je een stapel ijzer en ander goed gewaar, zo veel, dat je niet snapt hoe het hier ooit is binnengekomen.
- Gegevens
Ank van Engelen is stoer. Ze houdt van het geluid van de smidse, van de oliegeur van net geleverd staal, van het gekrijs van de slijpmachine, van de hitte van het lasapparaat. Haar vrouwelijke kant zit vooral in haar liefde voor literatuur en poëzie, zegt ze, maar tegelijkertijd heeft ze het over ‘boetseren in staal’ en dat ze heus wel weet dat dat niet kan, maar dat ze het toch altijd weer probeert. Ze houdt ook van die tegenstelling, waar ze ook weer moeite mee heeft: het verhalende van de taal, tegenover het zoeken naar de kern in de beeldhouwkunst. En daarbij gaat het om de onontkoombare noodzaak, voor zichzelf.
- Gegevens
Janine Schimkat zocht ik op in haar atelier, op dinsdag 8 februari. Ze was druk bezig met het concept dat ze wilde laten zien op de tentoonstelling in Leiden, a.s. november. "Maar ik ben er nog niet helemaal uit, en het kan nog veranderen hoor!" Vorige week mailde ze me deze foto, van de opstelling die ik toen in februari bij haar heb bekenen. Glas is haar materiaal, dat ze drapeert over eerder gebakken kleivormen, die ze eventueel verder aankleedt met siliconen.
- Gegevens
Wanneer je de Mariakapel aan de Achterstraat in Hoorn betreedt, kom je in een verlaten en verstilde gebedsruimte in onbruik, waar enkel nog een witte houten vloer, een witgeschilderd tongewelf, en muurhoge spitsboogramen herinneren aan de vroegere functie. De kapel behoort tot het Weeshuiscomplex dat in 1408 oorspronkelijk is ontstaan als katholiek Mariaklooster, inclusief kapel. In 1573 werd de kapel in gebruik genomen als artilleriehuis en de overige delen van het klooster als Burgerweeshuis. Meer dan twee eeuwen heeft het zo dienst gedaan. In 1795 werden hier het Burgerweeshuis en het Huiszittende Armenweeshuis samengevoegd tot het Protestants Weeshuis. Tot 1958 is het complex in gebruik geweest als Weeshuis.
- Gegevens
In april ging ik naar het atelier van Jack Prins. Hij woont en werkt op een onwaarschijnlijk mooi plekje in Heemstede. Dat maakt me jaloers. Al die kunstenaars, denk ik, zitten altijd op de mooiste plekjes. Hoe flikken ze dat toch? Daar heeft Jack een goed verhaal over, maar daar gaat het hier niet om. Jack noemt zichzelf graficus en beeldhouwer, en dat is hij ook. Zijn werken doen denken aan Auke de Vries, zoals op de bovenste foto duidelijk is te zien.
- Gegevens
![]() |
In februari zocht ik Claus-Pierre op in zijn atelier, waar hij werkt aan het beeld ‘Winterreise’. Een verassende man die werkt als steenhouwer in Duitsland, en in zijn Zwaanshoekse atelier ‘vrije’ beelden maakt van nylon panty’s. Die verknipt hij en naait ze in lagen over elkaar heen, over een gelaste of polystyreen vorm, waardoor de fraaiste kleuren ontstaan. Hij werd toegelaten op de Rietveld Academie, vertelt hij, vanwege zijn flexibele en avontuurlijke houding. Hij begon met schilderen en vond het leuk om allerlei materialen uit te proberen en ontdekte per toeval het nylon. Het werd een diep psychologische ervaring voor hem die zijn kunstenaarschap bevestigde en blootlegde waar het voor hem in de kunst om gaat: “hoe je jezelf beschrijft met materiaal. Het gaat niet om wat je maakt, maar hoe je het maakt.” |
- Gegevens





